ik zag de sterren vallen
en deed meteen een wens
wees compleet een mens
in mooispraak en in kallen
ik voelde de aarde beven
en riep tot de Godin
doe gerust je zin
maar laat me altijd leven!
mijn hart sloeg over
en ik vroeg aan de God
is dit dan mijn lot
het stofzijn en de tover?
het was staren in duister
en het ontwaren van licht
eindelijk stil en luister
verwondering op mijn gezicht
