De hemel is donker maar oogt zo rustig en vredig
Het is wat bewolkt maar toch hier en daar een ster.
Maar plots een kronkelende lichtstraal.
Wat daar op volgt doet de trommelvliezen trillen.
Sucellus slaat de trom en brengt een heftige solo ten tonele.
Zijn ritme is zo onvoorspellend.
Het licht zo mooi in stralen verpakt.
Sucellus verhuisd zijn solo en komt dichterbij.
Licht en donder steeds sneller op elkaar volgend.
Harder en harder, feller en feller, sneller en sneller.
Ineens lijkt de donder de bliksem te hebben ingehaald.
Ik word wit, mijn hart bonst in mijn keel.
Ik voel de donder diep in mijn eigen donder.
En ineens zonder de hemel te hebben zien betrekken, word ik gezegend door de regen.
Sucellus verhuisd verder en verder en meent de donder mee.
Wolken bedekken de hemel en alle sterren, maar ook dat lijkt o zo vredig.

