Onlangs was ik op een vakantie. Ik kies dan graag een vakantie in eigen land en wel specifiek de Veluwe. Dit doe ik al jaren, en dan met name een bepaald gedeelte net onder Apeldoorn. Zeg maar dichtbij de niagara watervallen van Nederland, die van Loenen. Aan deze waterval ligt een beek ten grondslag welke zich mooi meandert door de Loenense bossen. Deze beek ontstaat ergens uit de schoot van moeder aarde baant zich via een spreng naar boven om zich dus zo aan ons te openbaren. Ergens rond 1820 is men een geul gaan graven van deze spring uit naar het Apeldoorns kanaal, welke gevoed moest worden met meer water. Met schop en houweel worstelde men zich een weg naar dit kanaal om onderweg te stuiten op een hoogteverschil wat met een waterval opgelost diende te worden. Prachtig kristalhelder ijskoud zuur water stroomt zo nu dagelijks langs dit vakantiepark en menig fietser laat zich toch even dit schouwspel welgevallen door even uit te rusten onder de schaduw van de oude dikke bosreuzen zoals daar staan te pronken. Krachtige bomen met een gigantische uitstraling –voor als je het wilt zien tenminste – en een enorme attitude.
Deze bomen zouden er wel blijven staan want iedereen geniet ervan ze staan niemand in de weg en zijn nog kerngezond, door al het heldere water.
Dit is de Veluwe puur sang, zo zie ik het graag. Veel dikke bomen, dito struikgewas en prachtige open plekken met kruiden en stuifzand.
Nu kent de Veluwe ook een ander gezicht die van de massa recreatie en mensen welke graag een tweede huis hier willen hebben. Dus luxueuze bungalows van steen verrijzen als paddestoelen uit de grond op een plek waar eerst een camping stond of vakantiebungalows welke –volgens zegge - niet meer van deze tijd zijn. Echter om dit alles te kunnen realiseren moet er nog meer gebeuren. Er dienen plekken ontgonnen te worden. Plekken waar even dikke bosreuzen staan als langs de eerder besproken beek. Regelmatig wandelden mijn vrouw en ik met plezier over een onverhard pad midden in het park door een stuk waarvan mijn vrouw opmerkte; ik waan mij hier echt in het grote bos!
Op een woensdag echter werd de rust wreed verstoort door wat je meteen herkend als kettingzagen. Vijftien seconden waren er nodig voor een flinke bosreus om hem te vellen.
Nog eens 15 seconden waren er nodig om deze bos rus door een enorme hakselaar te halen zodat er niets anders overbleef als lucifer houtjes, welke netjes werden opgevangen in een daarvoor bestemde vangwagen.
Na een dagje raggen keerde de rust weer, echter de andere dag bleek er nog niet genoeg gerooid te zijn en werd de rest aangepakt.
Toen wij aan het einde van die tweede dag de plek naderden voelde ik het al aan; wel veel licht op die plek. En het stukje bos wat door mijn vrouw zo typerend werd omschreven als ik waan mij in het grote bos was een kale vlakte van dood en verderf geworden. Enkele bladeren en zaden hadden zich nog kunnen redden en lagen troosteloos te drogen in de zon.
Ik voelde mijzelf enorm depressief geworden en de pijn was voelbaar in mijn hoofd.
Ik had die dagen nog wel aan de godin gevraagd de zielen van deze zo onverwachts en snel gerooide bomen een veilige weg naar hun plaats tussen de sterren te laten gaan, maar ik voelde de pijn.
Ik werd ziek echt ziek, fysiek ziek en we moesten zelfs onze vakantie afbreken (had misschien toch wel gebeurd zeg ik dan nuchter).
Eenmaal thuis gekomen en weer een beetje op orde bracht ik een hyves vriendin op de hoogte van mijn vakantie en de bomensloperij echter zonder dagen enzovoort te noemen.
Nu vroeg zij mij was dit op een woensdag.. Dus kon ik niet anders dan dit vragend bevestigen.
Zij vertelde mij dat zij toen die ochtend samen met een vriendin in de bossen van Emmen aan het wandelen was geweest en een flinke boosheid had gevoeld, en niet alleen zij mar ook die vriendin. Een gevoel zoals zij eigenlijk nog niet eerder had gevoeld, zoals zij zich tenminste kon herinneren.
Ik vertelde de soorten bomen welke werden gerooid en hoe snel en met welk een doel
En zij kon dit vertalen in wat zij had ervaren gedurende deze wandeling.
Dit lijkt mij wel zeer bijzonder allemaal, want in Emmen gebeurde toen niets in dat bos.
Zouden bomen kunnen communiceren op grotere afstanden dan wij denken? Zouden bomen daarmee ook het onnodig sterven van andere bomen op grotere afstand kunnen voelen?
Wat voor een gevolgen zou dit dan kunnen hebben op de groei van andere bomen in andere streken?
Zijn er mensen bekend met een dergelijk gegeven, dan zou ik dit eens willen horen. Want ik wil dit zeker verder uitsnuffelen. Ik zou willen uitsnuffelen hoe bomen dit dan doen op grotere afstand en met welk een doel, en wat zij er mee bereiken voor zichzelf of andere bomen. Ik hoef geen titel bomoloog te verkrijgen, maar ik wil wel datgene weten waar wij eigenlijk nog niet zo vaak bij stil staan, of dat dit werkelijk waar kan zijn. Bomen verdriet op afstand, bomen boosheid op afstand.
Bellinus


